• Accueil
  • > Catéchèse
  • > Woensdag van de negenentwintigste Week van de Gewone Tijd – Jaar B

Woensdag van de negenentwintigste Week van de Gewone Tijd – Jaar B

Posté par diaconos le 20 octobre 2021

La parabole des Talents - Texte de la Bible, Nouveau testament - Chrétiens  aujourd'hui

# De parabel van de terugkeer van de meester spoort de christen aan om in zijn leven de weg van de kardinale en theologische deugden te volgen. Het eerste vers alleen al vat deze gelijkenis samen: men moet kuis zijn en de deugden volgen. In de lamp klinkt dit vers door: « Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken » – Evangelie volgens Mattheüs, hoofdstuk 5, vers 16. De gelovige moet dus deugdzaam wachten op de wederkomst van de Verlosser, Jezus Christus, om toegang te krijgen tot het koninkrijk der hemelen.

In deze gelijkenis stelt de dief de dood voor, volgens de Kerkarts Gregorius de Grote, die dit uitlegde in zijn homilie 13 1. Deze opvolger in het ambt van de apostel Petrus gaf in hoofdstuk 5 van deze homilie aan, dat het noodzakelijk is te weten hoe men boete moet doen, om niet verdoemd te sterven. De Mensenzoon is een eschatologische figuur die in gebruik is in Judaïsche apocalyptische kringen uit de post-exilicische periode. Deze uitdrukking komt met name voor in het boek Daniël.

In de Evangeliën is het de titel die Jezus het vaakst gebruikt wanneer hij over zichzelf spreekt. De uitdrukking zelf is een « letterlijke vertaling van het Griekse uios tou anthrôpou, een overzetting van het Aramese bar nasha, woorden die in Jezus’ tijd werden gebruikt als taalkundige substituten voor « mens » of « mens », voor de onbepaalde voornaamwoorden « iemand » of « wij », en voor « ik »"1. De interpretaties waartoe het in het christendom aanleiding heeft gegeven, hebben de oorspronkelijke betekenis verschoven naar de mensheid van Jezus.

De vroegste vermelding is te vinden in het zevende hoofdstuk van het boek Daniël, dat dateert van de vervolging door Antiochus Epifanes, kort voor de Makkabeese opstand (ca. 160 v. Chr.). In het boek Ezechiël heeft God de profeet reeds meermalen aangesproken als « Mensenzoon », maar hier wordt geen esoterische betekenis aan de uitdrukking gehecht. Er zijn meer dan tachtig passages in het Nieuwe Testament waarin Jezus van Nazareth zichzelf « Zoon des mensen » noemt (wat overeenkomt met « Zoon van Adam »). Dit is de titel die hij het vaakst gebruikt wanneer hij in de derde persoon over zichzelf spreekt.

Hij presenteerde zichzelf als de toekomstige eschatologische rechter. In de latere christelijke theologie zal de titel « Mensenzoon » worden begrepen als een verwijzing naar Jezus’ menselijkheid, en de titel « Zoon van God » naar zijn goddelijkheid, binnen de Chalcedonische leer van de twee naturen (vere deus, vere homo). Dit thema is terug te vinden in Openbaring: « Toen keerde ik mij om, om te zien, welke stem tot mij sprak; en toen ik mij omgedraaid had, zag ik zeven gouden kandelaren, en in het midden van de kandelaren één, gelijk een mensenzoon.

Uit het Evangelie volgens Lucas

39 Jij weet dat als de heer des huizes geweten had hoe laat de dief zou komen, hij de muur van zijn huis niet zou hebben laten doorbreken. 40 Ook gij moet gereed zijn, want in een uur, waarin gij er niet aan denkt, zal de Zoon des mensen komen. 41 Toen zei Petrus : « Heer, vertelt U deze gelijkenis voor ons of voor iedereen ? »

42 De Heer antwoordde: « Hoe zit het met de trouwe en verstandige rentmeester aan wie de meester de zorg over zijn personeel toevertrouwt om het voedselrantsoen te zijner tijd te verdelen? 43 Gezegend is de dienaar, die zijn meester, wanneer hij komt, zo aantreft! 44 Waarlijk, Ik zeg u : « Hij zal hem stellen over al zijn bezittingen. »

45 Maar als de knecht bij zichzelf zegt : « Mijn meester komt zo langzaam » en hij begint de knechten en de dienstmaagden te slaan en te eten en te drinken en zich te bedrinken, 46 dan zal hij, wanneer de meester komt, op de dag dat zijn knecht hem niet verwacht en op het uur dat hij niet weet, hem wegsturen en hem het lot van de ontrouwe doen ondergaan. 47 De knecht, die den wil van zijn meester kende, maar geene voorbereidingen trof en dien niet uitvoerde, zal vele slagen ontvangen. 48 Maar hij, die het niet wist, en die voor zijn gedrag slagen verdiende, die zal slechts weinige ontvangen. Aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden; aan wie veel is toevertrouwd, zal meer gevraagd worden. » (Lc 12, :39-48)

Wees klaar

« Ook gij moet gereed zijn, want de Zoon des mensen komt op een uur dat gij niet verwacht » (Lc 12,40). (De tweede of derde wacht was van negen tot middernacht, of van middernacht tot drie. Als de bedienden tot dan waakzaam waren, waren zij gelukkig! Deze laatste woorden zijn ontroerend in hun beknoptheid. Het was niet langer de meester die door de bedienden werd verwacht; het was de dief die op het meest onverwachte uur kwam en de meester van het huis dwong de wacht te houden. Dat deed hij niet, en dus brak de dief in.

Petrus zei : « Heer, vertelt U deze gelijkenis aan ons, of aan iedereen ? (Lc 12,41) Maar naar welke gelijkenis verwees Petrus ? Uit Jezus’ antwoord bleek dat Petrus het eerste in gedachten had. Hij wilde weten of de vertrouwenspositie die de dienaren was toebedeeld, en vooral de hoge onderscheiding die hun was beloofd, zou worden gedeeld door alle discipelen van Jezus, of alleen door zijn apostelen. Toen Petrus zijn vraag stelde, keek hij zelfvoldaan terug op zichzelf en zijn medeleerlingen, denkend aan het hoge lot dat de toekomst voor hen in petto had.

Op zijn eigen spitsvondige wijze gaf Jezus geen direct antwoord op de vraag van zijn leerling; hij nam de gelijkenis van de dienaren over en vervolgde die, maar noemde een van hen die hij tot econoom of rentmeester over zijn dienaren zou aanstellen (precies de post die voor Petrus was gereserveerd); hij beschreef zijn grote beloning als hij trouw was, maar ook zijn zware straf als hij ontrouw werd (. Zo gaf hij Petrus, wiens ondoordachte vraag een heimelijk verlangen verraadde om boven de menigte uit te stijgen, deze ernstige waarschuwing : « In plaats van u zorgen te maken over deze zaak, overweeg met vrees en beven uw toekomstige positie ». (Meyer)

Tenslotte legde Jezus een universele regel van vergelding vast die iedereen in zijn koninkrijk aangaat en die iedereen ter harte moet nemen. Jezus antwoordde zijn discipel met een andere vraag, waarvan de discipel de oplossing in zijn eigen hart moest zoeken : « Wie is deze getrouwe en verstandige rentmeester? Zal jij het zijn? Blij als jij het bent! «   Dit beeld, dat Hij hem over al zijn bezittingen zal stellen, werd Jezus door de gelijkenis

 Wees klaar

« Ook gij moet gereed zijn, want de Zoon des mensen komt op een uur dat gij niet verwacht » (Lc 12,40). (De tweede of derde wacht was van negen tot middernacht, of van middernacht tot drie. Als de bedienden tot dan waakzaam waren, waren zij gelukkig! Deze laatste woorden zijn ontroerend in hun beknoptheid. Het was niet langer de meester die door de bedienden werd verwacht; het was de dief die op het meest onverwachte uur kwam en de meester van het huis dwong de wacht te houden. Dat deed hij niet, en dus brak de dief in.

Petrus zei : « Heer, vertelt U deze gelijkenis aan ons, of aan iedereen ? (Lc 12,41) Maar naar welke gelijkenis verwees Petrus ? Uit Jezus’ antwoord bleek dat Petrus het eerste in gedachten had. Hij wilde weten of de vertrouwenspositie die de dienaren was toebedeeld, en vooral de hoge onderscheiding die hun was beloofd, zou worden gedeeld door alle discipelen van Jezus, of alleen door zijn apostelen. Toen Petrus zijn vraag stelde, keek hij zelfvoldaan terug op zichzelf en zijn medeleerlingen, denkend aan het hoge lot dat de toekomst voor hen in petto had.

Op zijn eigen spitsvondige wijze gaf Jezus geen direct antwoord op de vraag van zijn leerling; hij nam de gelijkenis van de dienaren over en vervolgde die, maar noemde een van hen die hij tot econoom of rentmeester over zijn dienaren zou aanstellen (precies de post die voor Petrus was gereserveerd); hij beschreef zijn grote beloning als hij trouw was, maar ook zijn zware straf als hij ontrouw werd (. Zo gaf hij Petrus, wiens ondoordachte vraag een heimelijk verlangen verraadde om boven de menigte uit te stijgen, deze ernstige waarschuwing : « In plaats van u zorgen te maken over deze zaak, overweeg met vrees en beven uw toekomstige positie ». (Meyer)

Tenslotte legde Jezus een universele regel van vergelding vast die iedereen in zijn koninkrijk aangaat en die iedereen ter harte moet nemen. Jezus antwoordde zijn discipel met een andere vraag, waarvan de discipel de oplossing in zijn eigen hart moest zoeken : « Wie is deze getrouwe en verstandige rentmeester? Zal jij het zijn? Blij als jij het bent! «   Dit beeld, dat Hij hem over al zijn bezittingen zal stellen, werd Jezus door de gelijkenis

  »Mijn meester komt traag »: dit is de oorzaak van de traagheid en ontrouw van deze dienaar. Hij hield op met waken, en zijn meester kwam op een dag en een uur dat hij hem niet verwachtte en niet kende. Mattheüs en Marcus geven de morele betekenis van deze straf aan door te zeggen wat het aandeel van deze goddeloze dienaar was: volgens Lukas was het om bij de ontrouwe te zijn, volgens Mattheüs « bij de huichelaars ». De uitdrukking van Lukas was het meest in overeenstemming met het geheel van deze leer; maar die van Mattheus had zijn reden, omdat er altijd een soort huichelarij was in de ontrouw van een man die beweerde een dienaar van God te zijn.

« Maar hij die, zonder het te weten, dingen heeft gedaan die strafwaardig zijn, zal met weinig slagen geslagen worden. En aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden; en aan wie veel is toevertrouwd, zal meer gevraagd worden. » (Lc 12, 48) Niets is rechtvaardiger dan deze regel van vergelding. De wil van God te kennen en die niet te doen, is in opstand te komen tegen die wil en de hoogste graad van schuld op zich te nemen; wie die wil niet gekend heeft, is minder schuldig, maar hij is daarom niet onschuldig; hij zal weinig geslagen worden, maar hij zal geslagen worden. Waarom ? Niet vanwege zijn onwetendheid, tenzij zijn onwetendheid vrijwillig was, maar omdat hij dingen heeft gedaan die straf waardig zijn. En welke man heeft dat niet gedaan ?

De Heer scheen, evenals Paulus, rekening te houden met de natuurlijke lichten, die voor de mens voldoende zouden zijn om de wil van God te kennen, indien zij niet door de zonde werden verduisterd. Maar het blijft waar dat er zeer verschillende graden van straf zullen zijn voor de verdoemden, net zoals er zeer verschillende graden van geluk zullen zijn voor de verlosten van Jezus. Het idee is altijd dat van een knecht die niet alleen niet klaar is geweest, maar zich ook niet heeft voorbereid op de komst van zijn meester. Hoe overvloediger Gods gaven aan een mens waren, hoe meer hem de voortgang van Gods heerschappij werd toevertrouwd, hoe meer trouw, activiteit en werk van hem zal worden verlangd.

Ik ben gekomen ; deze uitdrukking, veelvuldig in Johannes, wordt ook gevonden in de synoptici ; Jezus gebruikte ze in het bewustzijn van zijn voorbestaan. Wat is dit vuur dat hij op de aarde is komen werpen, waar het vóór hem niet bestond, waar het zonder hem nooit zou zijn aangestoken? Dit vuur is niets anders dan de beroering van de geesten en de verdeeldheid waarover Jezus sprak.

Diaken Michel Houyoux

Links naar andere christelijke websites

◊ Jezus volgen : klik hier om het artikel te lesen →   Wees er klaar voor

◊  Verhoeven Marc  : klik hier om het artikel te lesen → Wees Waakzaam !

 Thai Nguyen , parochie Heilige Familie, bisdom Breda

https://youtu.be/xIGlSkl5B2E

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *

Vous pouvez utiliser ces balises et attributs HTML : <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

 

Salem alikoum |
Eazy Islam |
Josue |
Unblog.fr | Annuaire | Signaler un abus | AEP Gresivaudan 4ieme 2007-08
| Une Paroisse virtuelle en F...
| VIENS ECOUTE ET VOIS