• Accueil
  • > Archives pour le Samedi 20 novembre 2021

Samedi de la trente-troisième semaine du Temps Ordinaire — Année B

Posté par diaconos le 20 novembre 2021

Samedi de la trente-troisième semaine du Temps Ordinaire — Année B dans Catéchèse 180528-Screen-Shot-2017-02-02-at-12.54.18-PM

Le Roi Antiochus Epiphanes

Du premier livre des Martyrs d’Israël

En ces jours-là, le roi Antiocus parcourait le haut pays. Il apprit alors qu’il y avait en Perse une ville, Élymaïs, fameuse par ses richesses, son argent et son or ; son temple, extrêmement riche, contenait des casques en or, des cuirasses et des armes, laissés là par Alexandre, fils de Philippe et roi de Macédoine, qui régna le premier sur les Grecs.

   Antiocos arriva, et il tenta de prendre la ville et de la piller, mais il n’y réussit pas, parce que les habitants avaient été informés de son projet.    Ils lui résistèrent et livrèrent bataille, si bien qu’il prit la fuite et battit en retraite, accablé de chagrin, pour retourner à Babylone.

   Il était encore en Perse quand on vint lui annoncer la déroute des troupes qui avaient pénétré en Judée ; Lysias, en particulier, qui avait été envoyé avec un important matériel, avait fait demi-tour devant les Juifs ; ceux-ci s’étaient renforcés grâce aux armes, au matériel et au butin saisis sur les troupes qu’ils avaient battues ;    ils avaient renversé l’Abomination qu’Antiocos avait élevée à Jérusalem sur l’autel ; enfin, ils avaient reconstruit comme auparavant de hautes murailles autour du sanctuaire et autour de la ville royale de Bethsour.

Quand le roi apprit ces nouvelles, il fut saisi de frayeur et profondément ébranlé. Il s’écroula sur son lit et tomba malade sous le coup du chagrin, parce que les événements n’avaient pas répondu à son attente.    Il resta ainsi pendant plusieurs jours, car son profond chagrin se renouvelait sans cesse. Lorsqu’il se rendit compte qu’il allait mourir, il appela tous ses amis et leur dit : « Le sommeil s’est éloigné de mes yeux ; l’inquiétude accable mon cœur,    et je me dis : À quelle profonde détresse en suis-je arrivé ?

Dans quel abîme suis-je plongé maintenant ? J’étais bon et aimé au temps de ma puissance.  Mais maintenant je me rappelle le mal que j’ai fait à Jérusalem : tous les objets les ai pris ; j’ai fait exterminer les habitants de la Judée sans aucun motif.    Je reconnais que tous mes malheurs viennent de là, et voici que je meurs dans un profond chagrin sur une terre étrangère.» (1 M 6, 1-13)

Histoire et lieux

La Bible présente la fin d’Antiochos Epiphane comme l’exemple de la mort des persécuteurs. La Palestine fut à nouveau envahie net à la bataille de Beth Zacharia, l’armée de Judas, très inférieure à celle du roi, dut abandonner le rterrain à ses ennemis. . Deux années plus tard, le roi fit la paix et confirma la liberté religieuse des Juifs. Les hostilités prirent fin au moment le plus inespéré. La résistence d’une poignée de héros obtint ce premier résultat ert changea l’histoire du peuple juif.

Antiochos Ier  fut le deuxième souverain de la dynastie seleucide ; il régna de 281 à 261 av. J.-C. Il chercha en vain à maintenir l’intégrité territoriale de son empire en luttant contre la sécession des royaumes d’Anatolie et en se heurtant aux Lagides et àç Pergame.  Il fut l’un des principaux Epigones, les héritiers des Diadogues. L’Élymaïde est une région antique dont le territoire correspondait à la Susiane, au Sud de l’actuelle province du Kouzistan, en Iran. À l’époque parthe arsacide (141 av. J.-C. / 224 apr. J.-C.),  une principauté, du nom d’Élymaïs  Lysias, mort en 162 av. J;-C.fut un vizir (préposé aux affaires, du roi S’Eleucide Antiochos IY.

La bataille de Beth Zur eut lieu en 164 av. J.C dans la région de Hébron (Cisjordanie),  entre les Juifs révoltés pour leur liberté et l’armée seleucide commandée par le général Lysias.. Alexandre le Grand, roi de Macédoine à partir de 336,  devint l’un des plus grands conquérants de l’histoire en prenant possession de l’immense empire perse et en s’avançant jusqu’aux rives de l’Indus.

 Complément

◊ Diacre Michel Houyoux : cliquez ici pour lire l’article → Il n’est pas le Dieu des morts, mais des vivants.

Liens avec d’autres sites chrétiens

◊ Père Gilbert Adam  : cliquez ici pour lire l’article →    ♦ Samedi de la 33e semaine, année impaire

◊ Iwofr  : cliquez ici pour lire l’article →     Antiochus Epiphanes-Le méchant le plus notoirement oublié

La petite histoire de la Bible (42) – Livre des Martyrs d’Israël (1/3)

Image de prévisualisation YouTube

Publié dans Catéchèse, Histoire, Religion, Temps ordinaire | Pas de Commentaire »

XXXIV Zondag van de Gewone Tijd (B) – CHRISTUS, de Koning van het Universum

Posté par diaconos le 20 novembre 2021

CHRISTUS IS KONING VAN HET UNIVERSUM

Image

Michel Houyoux

  Michel Houyoux     Leraar wetenschappen aan het Collège saint Stanislas in Bergen (Belgïe)
# Het feest van Christus, Koning van het Heelal (Dominus Noster Iesus Christus Universorum Rex in het Latijn) of kortweg Christus Koning is een hoogfeest binnen de Katholieke Kerk dat eind november gevierd wordt, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De daarop volgende zondag is het begin van de advent, het begin van het nieuwe kerkelijk jaar.
x
Het feest werd in 1925 ingesteld door paus Pius XI naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Concilie van Nicaea om tegen het laïcisme en atheïsme nadruk te leggen op de allesomvattende betekenis van het koningschap van Christus over de mens en de wereld. Pius XI wijdde de encycliek Quas Primas aan dit feest dat telkens het kerkelijk jaar afsluit. Christus Koning is een van de vele verschillende titels van Jezus Christus.
x
De titel « koning » wordt in het Nieuwe Testament meermaals in verband gebracht met Jezus De term Christus Koning verwijst naar een van de drie Messiaanse functies van Jezus: Koning, Priester en Profeet. In het evangelie van Johannes zegt Jezus tegen Pontius Pilatus: « ( ik ben koning. Met geen andere bestemming ben ik geboren en in de wereld gekomen dan om te getuigen van de waarheid. » (Joh. 18, 37). Op het kruis hing boven het hoofd van Jezus het opschrift INRI, « Jezus van Nazareth, koning der Joden ».
x
Bij zijn geboorte vroegen de drie koningen ook naar de koning der Joden. Ook op andere plaatsen wordt deze term nog vermeld. Christus Koning is voor de katholieke actiegroepen en jeugdbewegingen een hoogdag. In het bijzonder voor de Chiro, die in hun beginperiode (jaren 1930-1950) sterk doordrongen was van de Christus Koning-gedachte. Na de invoering van de feestdag werden Heilig Hartbeelden ook als Koning afgebeeld, veelal voorzien van koninklijke attributen. Een klein aantal daarvan toont Christus zittend op een troon, zoals de beelden in Posterholt, Schijndel en Sibbe.
x

De Katholieke Kerk leert dat de wereld is veranderd door de dood, verrijzenis en hemelvaart van Jezus Christus. Deze feestdag werd in 1925 door Paus Pius XI ingevoerd; elf jaar later vroeg hij om de eerste kathedraal met deze naam te wijden. Hij plaatste het vlak voor het feest van Allerheiligen (symbolisch leidt de koning zijn onderdanen naar de overwinning; hij moet heersen zodat zijn onderdanen van het koninkrijk kunnen genieten). Dan komt de Advent, die vier weken duurt voor Kerstmis.

Het feest van Christus Koning werd ingevoerd dankzij de inspanningen en het werk van Georges en Marthe de Noailles. Op verzoek van Benoît XV en vervolgens van Paus Pius XI, verzamelden zij zes jaar lang de handtekeningen van honderden bisschoppen en duizenden gelovigen om de invoering van Christus Koning te eisen, vergezeld van een encycliek waarin zijn « universele heerschappij » werd afgekondigd.

Het was de bedoeling van de paus om de christelijke volkeren voor te bereiden op de plechtige definitie van dit grote dogma, dat in de 19e en 20e eeuw werd veracht. Een grote beweging begon in Para le Monial, waarin de Voorzienigheid de eisen van het Heilig Hart verbond met zijn heerschappij over alle samenlevingen, wat leidde tot het eerste plechtige feest van Christus Koning en de afkondiging van de encycliek Quas primas op 11 december 1925. Het wordt niet eerder dan 20 november en niet later dan 26 november gevierd.

Uit het Evangelie van Johannes

33 Pilatus ging het Praetorium binnen, riep Jezus en zei : « Bent U de Koning der Joden ? 34 Jezus vroeg hem : « Zegt u dit uit uzelf, of hebben anderen over mij tot u gesproken ? «  35 Pilatus antwoordde : « Ben ik een Jood?  »Jezus zei : « Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Als mijn koninkrijk van deze wereld was, zou ik wachters hebben die vechten om mij aan de Joden over te dragen. « 

Want mijn koninkrijk is niet van deze wereld. 37 Pilatus zei tegen hem : « Dus u bent een koning ? « Jezus antwoordde : « U zegt zelf dat ik een koning ben. Met dit doel ben ik geboren en in de wereld gekomen, om van de waarheid te getuigen. Wie tot de waarheid behoort, hoort mijn stem.  »(Joh 18, 33b-37)

Jezus voor Pilatus

Pilatus ging het Praetorium binnen, riep Jezus en zei tegen Hem : « Bent U de Koning van de Joden ?  »(Joh 18,33) De toon van deze woorden was verbaasd en ironisch. Maar deze vraag van Pilatus, waarvoor geen basis is, kan alleen begrepen worden als men erkent dat de Joden, ondanks hun branie, uiteindelijk hun beschuldiging formuleerden, waarvan Lucas verslag doet. De voornaamste beschuldiging was dat Jezus beweerde de Messias, de Koning te zijn.

Het onrechtvaardige van het optreden van de Joden was, dat zij van de godsdienstige beschuldiging, waarvoor zij Jezus veroordeelden, een politieke beschuldiging maakten, die zij met de volgende laster onderbouwden : « Hij verbiedt Caesar eer te bewijzen.  » Jezus antwoordde : Zegt gij dit uit uzelf, of hebben anderen u over mij verteld?  »(Joh 18, 34).

Jezus’ verzoek is op verschillende manieren geïnterpreteerd. Meyer was van mening dat Jezus gebruik maakte van het recht van iedere beschuldigde om zijn aanklagers te kennen, omdat hij niet kon veronderstellen dat Pilatus de titel van koning opvatte in een andere dan politieke betekenis. Maar wat is de bedoeling van zo’n vraag ? Als Jezus zijn aanklagers wilde kennen, waarom vroeg hij Pilatus dan: « Spreekt gij zo over uzelf? « Anderen geloven dat Jezus Pilatus wilde laten vermoeden dat de beschuldigingen van zijn vijanden kwamen.

Uit deze woorden concludeert Ilatus dat Jezus Zichzelf een soort koningschap toeschrijft, waarvan hij de aard niet begrijpt, en hij roept verbaasd uit : « Dus U bent de koning ?  »   Spreekt hij nog steeds met ironie of met minachting ? Of is hij ernstiger geworden, onder de indruk van de woorden en de waardigheid van de Verlosser, zoals blijkt uit de rest van de gebeurtenissen ? De commentatoren zijn het niet eens over deze moeilijk op te lossen kwestie.

Links naar andere christelijke websites

◊ Zusters Bernardinnen : klik hier om het artikel te lesen →    Christus ist de Koning van het Universum

◊ Parochie Onze*Lieve* Vrouw-ten-Hemel -Opgenomen   : klik hier om het artikel te lesen →  Christus, koning van het heelal

Padre Roderick van Hattekum : « Jezus veroordeeld door Pilatus. »

Image de prévisualisation YouTube

Publié dans Catéchèse, fêtes religieuses, La messe du dimanche, Page jeunesse, Religion, Temps ordinaire | Pas de Commentaire »

 

Salem alikoum |
Eazy Islam |
Josue |
Unblog.fr | Annuaire | Signaler un abus | AEP Gresivaudan 4ieme 2007-08
| Une Paroisse virtuelle en F...
| VIENS ECOUTE ET VOIS